Joep's Kapel | Gedachtestof #22 Joa mam! hiej bun ich alweer, noe mit dien leedje
15400
post-template-default,single,single-post,postid-15400,single-format-standard,woocommerce-no-js,tribe-no-js,ajax_fade,page_not_loaded,,side_area_uncovered_from_content,columns-4,qode-theme-ver-9.1.3,wpb-js-composer js-comp-ver-5.0,vc_responsive

Gedachtestof #22 Joa mam! hiej bun ich alweer, noe mit dien leedje

13 mei Gedachtestof #22 Joa mam! hiej bun ich alweer, noe mit dien leedje

Leeve mam,

ja hoor hier ben ik weer, jij misschien ook, maar dàt weet jij alleen. Er even vanuit te gaan dat je alles meekrijgt wat er nu gezegd, getypt of gedacht wordt, wil ik je heel graag bedanken voor mijn 35 jaren op deze aardkloot, maar in het bijzonder het afgelopen jaar. Vorig jaar wist ik niet dat ik een liedje zou schrijven over jouw vertrek 15 jaar geleden. Al hoewel, de tekst gaat meer over hoe ik omging met mijn rouwproces, hoe beleefde ik het toen?
Zo af en toe sprak ik met pap, Marieke of Janneke over ons rouwen, maar in mijn achterhoofd zag ik mijn emoties weggedrukt worden en ratio was hierin een helpende hand. Maar als ik dan jouw gezicht en stemgeluid weer helder in mijn gedachte verscheen, vond ik het zalig alleen op mijn kamer waar ik me weer even laten gaan. Heel even kon ik mijn hoofd legen en kon ik er weer even tegenaan. Nu kijk ik terug met het gevoel alsof jij me erin gerust stelt dat het ook okay was om dit even alleen te doen.
Als ik vanavond weer alleen naar de sterrenhemel kijk zie ik meer dan alleen de melkweg, er is een onmetelijke ruimte tussen de sterren waar ik jouw geruststellende aanwezig nog heel zuiver kan herkennen. Een gevoel van … het is al goed.

Bedankt mam, dieke knoevel

 

Sterrekieker

 

‘t graas hâlf naat

de loch kleurt al blauw

mien pilske waermer ás lauw

‘t is good gewes

 

ik kniêp ‘m toe

mien lînker oeëg

raechts zuut hoeëger ás hoeëg

zò hoeëg bin ik nag noeëjts gewes

 

ik teiken in de loch

nâchlempkes aan mekaar

soms… verschient d’r en gezicht

mien blik is op oneindig

tusse ale sterre door

mien gedachte

aliën op o gericht

 

Mien hand verdoeëft

Ônder miene kop

vraog meej âf, waorum stoj ik neet op

‘t is toch good gewes?

 

ik teiken in de loch

nâchlempkes aan mekaar

soms… verschient d’r en gezicht

mien blik is op oneindig

tusse ale sterre door

mien gedachte

aliën op o gericht